Tijdens de Ronde Tafel Onderwijsvernieuwing hebben we samen met verschillende onderwijsprofessionals verkend tegen welke uitdagingen onderwijsprofessionals aanlopen als ze willen innoveren, hoeveel regels er nu van overheidswege worden opgelegd en in hoeverre onderwijsinstellingen het zichzelf moeilijk maken vanuit hun interpretatie van en assumpties over de regels en over ‘wat er moet’. In deze blog vatten we de uitdagingen samen. Tijdens de bijeenkomst op 22 april gaan we met met oplossingsrichtingen en handvatten aan de slag. Wil je graag meedoen? Geef je dan snel op via info@2openeyes.eu; er is slechts beperkt plek!

Paarse krokodillen en regels bij onderwijsvernieuwing

Over het algemeen lijkt het met belemmerende regelgeving van overheidswege bij onderwijsvernieuwing erg mee te vallen, met name in het HBO-onderwijs. Regels worden door de bank genomen meer opgelegd door het eigen onderwijsinstituut dan door het ministerie of de inspectie. Dat heeft voor een deel te maken met de interpretatie en betekenisgeving in onderwijsinstituten van overheidsregelgeving. Soms levert dat zinvolle regels op, bijvoorbeeld regels bedoeld om willekeur en persoonlijke voorkeuren te voorkomen zijn er niet voor niets. Maar regelmatig schieten onderwijsinstituten hierin door en hebben regels niks meer te maken met goed onderwijs. Hoe interpreteer je als onderwijsinstituut de regels en procedures van een accreditatiecommissie? Wat leg je jezelf op? Het kan voor docenten een hele opgave zijn om deze interpretatie en de daaruit gecreëerde regels te ‘overleven’.

Starten van een nieuwe basisschool

In het basisonderwijs lijkt de situatie wat anders te zijn. Hoewel het ministerie het uitgangspunt heeft dat iedereen een nieuwe school kan starten, is er wel degelijk sprake van wet- en regelgeving die het starten van een nieuwe school tot een behoorlijke opgave kan maken. Bijvoorbeeld de regel van een minimaal aantal leerlingen, en de regel dat thuisonderwijs niet mag. Het proces dat een schoolvernieuwer door moet om die nieuwe school op te richten, kan worden ervaren als een taai politiek spel waarin de tegenspelers uit een heel andere cultuur lijken te komen en een andere taal spreken. Daardoor kan het een hele opgave zijn om je plannen uit te leggen. Hoe ga je daar mee om?

Eigen assumpties van onderwijsprofessionals als belemmering voor innovatie

Onderwijsvernieuwers kunnen zelf ook innovatie hinderen door hun interpretatie of assumpties over anderen, zoals een onderwijsinspectie. Je kunt een inspectie of accreditatiecommissie zien als een zwaard van Damocles, maar óók als mensen die ook gewoon mooi onderwijs willen. Met die eerste interpretatie ‘objectiveer’ je de taken en rollen van een inspectie of accreditatiecommissie als ‘sturen’ en ‘controleren’ en creëer je zelf mede een obstakel. Met de laatste interpretatie maak je het jezelf een stuk makkelijker en ontstaat er ruimte voor gesprek. Door iets als ‘belemmering’ te labelen denk je minder makkelijk in kansen.

foto 2 RT onderwijsvernieuwing

Ongeschreven regels en vanzelfsprekendheden domineren het onderwijs

Verder hinderen we vaak zelf onderwijsvernieuwing doordat bepaalde dingen en manieren van werken die ‘gemeengoed’ zijn geworden in het onderwijs, voor vanzelfsprekend worden genomen en niet meer ter discussie worden gesteld. Bijvoorbeeld de ongeschreven regel dat er een rooster gemaakt moet worden, dat vervolgens beperkingen oplegt aan wat er wanneer mogelijk is. Of de vanzelfsprekendheid waarmee de studie wordt afgesloten met een scriptie, terwijl dat nergens is vastgelegd. Of de ongeschreven regel dat onderwijs plaatsvindt in een klaslokaal. Zo zijn er talloze ongeschreven regels en aannames die verweven zijn met het hele werkproces in het onderwijs, maar die wel de mogelijkheden die er zijn voor onderwijsvernieuwing inkaderen en daardoor beperkend werken.

Vernieuwen is ‘je doorgaand verhouden tot de bestaande situatie’

Ook bij innoveren loop je doorgaand aan tegen zulke vanzelfsprekendheden en ben je doorgaand bezig om je te verhouden tot de bestaande context en parallelle initiatieven. Soms schuren die. Bijvoorbeeld de reflex in ‘traditionele’ contexten om te kiezen voor een ‘blauwe’ projectaanpak. Het zijn vaak dezelfde mensen die dezelfde aanpakken kiezen. Vernieuwen wordt dan een project in plaats van vernieuwend handelen, ‘moeten’ in plaats van een dynamisch proces. In die reflex is het heel moeilijk om alternatieven te zien: de frisse blik ontbreekt en het systeem domineert. Of de ‘traditionele’ scheiding tussen de denkers en de doeners, die de onvermijdelijke vraag ‘hoe zorg ik dat zij veranderen?’ meebrengt. Dat geeft opgelegde betrokkenheid, geen gewilde betrokkenheid. Hoe kunnen we managers helpen om los te laten en te gaan experimenteren met alternatieve aanpakken? Kun je ze helpen om los te laten en te accepteren dat je niet altijd weet wat gaat komen? Hoe leren we zo omgaan met dilemma’s zoals sturen versus loslaten en chaos versus orde en structuur? Chaos is nodig om mensen zelf verantwoordelijkheid te laten nemen, of gaan mensen dan hangen? Tegelijkertijd, als je gaat trekken, valt het stil.

Een ander voorbeeld is de neiging om op een instrumentele manier om te gaan met vernieuwende onderwijsconcepten, zoals bij flipped classroom en bij competentiegericht onderwijs bijvoorbeeld wel gebeurt. Maar als we zulke concepten instrumenteel benaderen als een concept dat geïmplementeerd kan worden in het programma, dan werkt het niet meer.

Regels hinderen ons om de verbinding maken

De assumptie bij regels is vaak dat je van tevoren van bovenaf zou kunnen weten of vaststellen ‘hoe het zit’. Bijvoorbeeld de regel dat als iemand afwezig is, dat verzuim is en diegene een kruisje achter zijn naam moet krijgen. Maar dat kun je niet weten. Als je met een vriend afspreekt en hij komt niet opdagen, dan ga je toch ook gewoon bellen om te vragen of er iets aan de hand is? De regels maken vaak dat we de verbinding met mensen niet meer aangaan omdat we wel denken te weten ‘hoe het zit’.

Onderwijs is van studenten!

Het is natuurlijk ook maar een veronderstelling of ongeschreven regel dat docenten en onderwijsinstellingen voor studenten ‘moeten’ bedenken wat zij moeten leren. Onderwijs is van studenten. Hoe doorbreek je dan het patroon dat een ‘andere generatie’ voor jouw generatie besluit wat er moet? Studenten hebben eigen interesses en leerwensen en kunnen ook zelf leiderschap nemen over hun eigen leerproces. Tegelijkertijd leven er onder studenten soms ook meer traditionele opvattingen en wensen over onderwijs die evengoed legitiem zijn. Perspectieven op wat leren is, zijn meervoudig en persoons- en contextafhankelijk. Maar rolopvattingen van docenten zijn ook meervoudig en persoons- en contextafhankelijk. Ook docenten hebben bepaalde opvattingen over leren en wensen over hun rol in het onderwijs. Misschien is de uitdaging dan wel om samen, student, docent en overheid, flexibel met al deze wensen en opvattingen om te gaan en steeds opnieuw het onderwijs te co-creëren: af te spreken wie hoe verantwoordelijk is voor het leerproces, hoe dat leerproces eruit ziet en wat dat dan betekent voor de rollen van de betrokkenen.

Dat roept onvermijdelijk vragen op over of leden van een inspectie ook altijd kunnen omgaan met deze meervoudigheid en hoe die meervoudigheid zich verhoudt tot de generieke norm die een inspectie wellicht (?) wenst. Bovendien vragen onderwijsvernieuwers de overheid weliswaar om ruimte, maar er zijn ook groepen in het onderwijs die de overheid juist om sturing vragen. Hoe hanteer je dat als overheid?

Veel boeiende vragen met andere woorden, en een mooie input voor de bijeenkomst op 22 april!

De deelnemers aan de Ronde Tafel Onderwijsvernieuwing waren verschillende inspirerende en vernieuwende onderwijsprofessionals; zij zijn te zien in de in deze blog ingevoegde Youtube-filmpjes, die zeker de moeite van het bekijken waard zijn (resterende filmpjes worden binnenkort geupload). De Ronde Tafel werd mede mogelijk gemaakt door de Haagse Hogeschool en gefaciliteerd door Dick van Dommelen en Renate Werkman, beide van 2openeyes, beide onderwijsprofessional, onderzoeker en organisatiecoach. Deze blog werd geschreven door Renate Werkman, op basis van de analyse die Dick en zijzelf maakten van het Ronde Tafelgesprek.

Please like & share:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *